Back to top

Trollenwandeling - KAASVRETER

6 dagen voor kerstmis kwam Kaasvreter, voor een trol één van de deftiger figuren. In de ogen van zijn broers was hij een beetje een sufferdje, daarom hadden ze ook een beetje compassie met hem. Hij deed gewoon wat zijn broers hem vroegen, dat was ’t gemakkelijkste en voor de rest ging hij op zoek naar kaas: platte kaas, halfzachte, bollen kaas, geiten- of schapenkaas, alles smikkelde hij binnen. Hij sloeg alle kaasvormen in duigen en vrat alles wat erin zat op. Na zijn schranspartij zette hij zich voldaan in een hoekje. Maar zijn broers hadden hem een opdracht gegeven… Luid boerend pakte hij zijn mes en begon in de duigen van de kaasvormen te snijden. Hij was niet zo behendig als zijn broer lepellikker, maar wie doet wat hij kan, lust er wel kaas van.
Volgende morgen stonden alle 8 de haagtrollen in volle verwachting de kinderen te bespieden; Kaasvreter zo fier als ne gieter, benieuwd hoe zijn gift in de smaak zou vallen…
Maar er waren geen kreten van verwondering... alleen verbaasde gezichten. “wa veur ondankbare schepsels!”  zeiden de trollen, het warme gevoel van de laatste dagen ebde weg, en hun ware trollenaard keerde weer.
Snel als de bliksem graaide Kleintje naar het houten kadootje dat een jongetje wegwierp. Hij bestudeerde het: het was smal, lang, met een gat erin: “Maar wa hedde gij gemaakt?” De andere broers kwamen ook kijken... Hoe dom... Kaasvreter schuifelde wat heen en weer, met zijn voeten het zand op een hoopje vegend: “Het is een potlood, om mee te tekenen.”  Murmelde hij terwijl hij rood aanliep. “Zoals de kraaienveren-pen van Kleintje.” Maar er zit geen stift in, hoe kan da nu machére?”  Kaasvreter sloeg met zijn hand tegen zijne kop: “’k Zen vergete de trollenmagie toe te voege!”  snikte hij, bedroefd besefte hij dat al zijn moeite tevergeefs was geweest. De 7 broers klopten hem op de schouders, ze wisten wel hoe ze iemand een loer moesten draaien, maar nu hun broer verdrietig was wisten ze met zichzelf geen raad.

Lees het verhaal van Worstendief