Back to top

Trollenwandeling - KLEINTJE

Nog 11 keer slapen... Kleintje kwam zich moeien bij de mensen. Toegegeven zelfs voor nen haagtrol was hij niet groot, maar daar mocht je hem niet op wijzen, want dan was hij op zijn teentjes getrapt. Maar hij was wel heel lenig, en maakte dus van de noodzaak een deugd; hij kon overal tussen, overal onder, overal in... Boterpot, suikerpot, pot met restjes, niks was veilig voor hem. Daarenboven had hij nog een maatje dat hem vervoerde; een vijfpotig minidraakje dat kon vliegen en ondersteboven over het plafond kon lopen als een vlieg. Voor een klontje suiker af en toe deed hij alles voor zijn baasje.
 Tussen twee schranspartijen door vertelde Papboer wat er was gebeurd, en wat zij hadden gedaan.
“Ja watte!”  zei Kleintje en hij ging verder met eten zoeken... Tegen de avond, met een dikke ronde pens kroop Kleintje in een hoekje onder een paar vuil handdoeken en dacht na. “Moette kik oepdraaien veur wat Mankepoot uitgespookt hee? Mor ja, het was zen bruur, en asse ’t hém moeilijk zouwe maken dan droeg hij daar ok de gevollegen van. En hij kon er ok nie aan doen dattem zoe groat was.”  Kleinje dacht na, ondertussen pikte er een kraai hard tegen het raam; “Verdorie sebiet gaat dië vogel mij verraden!”  Kleintje vluchtte naar buiten om die kraai de stuipen op het lijf te jagen. Maar wel 20 kraaien kwamen erbij, snel gooide Kleintje een klontje suiker om hun aandacht af te leiden...een gevecht van jewelste, de pluimen vlogen in’t rond...
“Hebbes” riep kleintje, en hij knutselde... ‘s Anderendaags hoorden alle trollen met een voldane grijns de “aah’s” en “ooh’s”  toen de kinderen hun ‘kraaienveren-pen’ uit hun schoen haalden.

Lees het verhaal van Lepellikker