Back to top

Trollenwandeling - MANKEPOOT

13 dagen voor kerstmis kwam de eerste van de 13 haagtrollen, Mankepoot, naar het mensendorp. ’t Is te zeggen, hij was niet veel in het dorp zelf, hij bleef meestal plakken op de heide, daar viel hij het minste op. Vroeger is hij ne keer in een vossenklem getrapt en zijne voet is beginnen zweren. Om een lang verhaal kort te maken: sindsdien pikkelde hij wat rond. Hij leefde van het stropen, dat wil zeggen dat hij meestal iemand anders zijn stroppen ging leeghalen, want een konijntje smaakte hem altijd wel goed.
Hij was nog maar juist aangekomen op de hei toen hij daar ne fazantenhaan zag liggen met een koperen draadje rond zijne nek. “Wel, wel van geluk gesproke!”  Tot hij plots wat gekraak hoorde… Hij dook achter nen bos buntgras en zag een jong ventje zoeken naar zijn strop. Het jongeske zag achter den bos gras de fazant blinken, wilde hem pakken en kwam oog in oog te staan met Mankepoot... De trol keek naar de jongen, en de jongen naar de trol. Het ventje vluchtte halsoverkop weg met de fazant onder zijn zip, sprong over een beek en verzwikte zijnen enkel. Pikkelend ging hij verder naar zijn vader, die in ne kant op haas aan ’t wachten was.
Mankepoot was ondertussen de vlegel gevolgd, uit schrik dat die zijn geheime bestaan zou verklappen, want dan zou hij moeten ingrijpen...
‘Haaggeesten mochten niet gezien worden, men mocht er verhalen over vertellen achter de stoof en er wat schrik van hebben, maar ze zien, en weten dat ze echt bestaan zeker niet!!
“Awel wa isser? Ne ziëre poät? En ge zie zoe bliëk jom ge zij precies deur den duvel gebete!” verwelkomde de vader zijn zoon.
“’t Is niks Va, menne voet oemgeslage mè over de beek te springen, ja ‘k mocht diê fazaant ok nie verliezen hè. ’t Doe wel wat ziër mô ’t zal wel gaan.”
En daarmee was de kous af, Mankepoot had alles afgeluisterd en was opgelucht dat dat manneke niet over hem had gesproken: toch nog een goei joenk, niettegenstaande hij met die fazant gaan lopen was.
Dus ging mankepoot verder ‘stropen’, Het geluk was met hem, hij haalde nog 2 konijnen uit iemand anders zijn stroppen.
Tijdens zijn strooptocht moest hij voortdurend aan dat ventje denken die zichzelf zo bezeerd had, en uiteindelijk toch niks aan zijn vader voortverteld had. Awel hij zou dat manneke belonen, niet om hem te bedanken of zo, nee gewoon omdat hem niks over zijn geheime bestaan had verklapt.
’s Anderendaags vond die bengel een paar konijnenbonte handschoenen in zijn klompen.

Lees het verhaal van Papboer