Back to top

Trollenwandeling - PAPBOER

De volgende dag kwam den tweeden trol, Papboer, aan. Hij zag zijn broer in de schaduw van een schuur, glimlachend en glunderend naar een ventje staan gapen die van blijdschap met zijn konijnenwollen-wanten in ’t rond aan ’t zwieren was.
“Awel hedde ge niks anders te doen? Ik strunkelde tejust bijna over nen haas en gij zit hier mo wa te loeren!”
Met een krop in zijn keel, en zen ogen wat tranerig vertelde mankepoot zijn verhaal, en ge kon zien dat hij wat gepakt was  omdat hij dat manneke zo blij heeft kunnen maken.
“Ge moet beter oepasse, hé jom, maar dà is’t na te laat ver. Mor allé ‘k zien dat ge da goe hèt oepgelost.”
Ondertussen ging de deur van ’t melkhuizeke open... Papboer glipte naar binnen, sprong op de melkkit en dronk zoveel melk als hij kon. Zo ging hij de hele dag verder: hier wat melk, daar wat boter, ja zijnen dag was ook goed... Maar zou hij die boeren ook niks in de plaats moeten geven? Da’s wel niet de gewoonte van nen trol, maar ja als die stroperszoon gaat roddelen gaan de mensen hun het leven misschien zuur maken... en er is hier nu zo veel lekkere melk. Hij kreeg koppijn van ’t denken. Onbewust begon hij wat stropijlen in elkaar te draaien...
‘s Morgens een gejoel en gekraai van de kinderen, achter een bosje keken twee haagtrollen voldaan naar de pagadders die met strooien popjes en paardjes aan ’t spelen waren. Papboer had nen hele nacht gevlochten en tegen de morgen in elk paar kinderschoenen een kadoke gestopt.

Lees het verhaal van Kleintje